De Aziatische goudkat, wetenschappelijk bekend als Catopuma temminckii, vindt zijn oorsprong in de uitgestrekte bosgebieden van Zuidoost-Azië. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van de oostelijke Himalaya en Zuid-China tot aan de eilanden Sumatra en Maleisië. In tegenstelling tot veel andere katachtigen die een zeer specifiek habitat verlangen, is de goudkat een veelzijdige bewoner van zowel droge loofbossen als tropische regenwouden en zelfs subalpiene gebieden tot op 3000 meter hoogte. Het zijn solitaire en overwegend terrestrische jagers, al kunnen ze uitstekend klimmen wanneer dat nodig is om prooien zoals vogels of kleine reptielen te verschalken.
Wat betreft de herkenbaarheid is de Aziatische goudkat een middelgrote kat met een zeer variabele vachtkleur, wat vaak tot verwarring leidt. De meest voorkomende kleur is vosrood tot goudbruin, maar er bestaan ook grijze, zwarte (melanistische) en zelfs gevlekte kleurvormen. Een zeer specifiek kenmerk is de opvallende koptekening: witte en zwarte lijnen die over de wangen en boven de ogen lopen, omlijst door een donkere rand. Hun oren zijn kort en rond met een zwarte achterzijde, en de lange staart heeft vaak een witachtige onderkant aan het uiteinde. Met een gewicht tot 15 kilogram is het een krachtige verschijning die aanzienlijk groter is dan een gemiddelde huiskat.
In vergelijking met de nauwverwante Borneogoudkat (Catopuma badia) is de Aziatische goudkat een stuk groter en robuuster gebouwd. Waar de Borneogoudkat uitsluitend op het eiland Borneo voorkomt en extreem zeldzaam is, heeft de Aziatische variant een veel groter verspreidingsgebied op het vasteland. Het verschil met de marmerkat, die in dezelfde bossen leeft, is direct duidelijk door de bouw; de marmerkat heeft een veel dikkere, langere staart en een vlekkenpatroon dat meer aan een nevelpanter doet denken. De goudkat vertrouwt meer op egale kleuren of subtiele patronen die hem doen opgaan in de schaduwen van de bosbodem.
De huidige status van de Aziatische goudkat wordt door de IUCN geclassificeerd als 'Bijna Bedreigd' (Near Threatened). De populaties nemen gestaag af, voornamelijk door de grootschalige ontbossing in Zuidoost-Azië ten behoeve van landbouw en palmolieplantages. Een andere grote bedreiging is de illegale jacht voor hun vacht en botten, die soms als vervanging voor tijgerproducten in de traditionele Aziatische geneeskunde worden gebruikt. Omdat het dier zeer schuw is en in lage dichtheden leeft, is het lastig om effectieve beschermingsplannen op te stellen, maar het behoud van grote, aaneengesloten bosgebieden is cruciaal voor hun voortbestaan.
Deze soort heb ik het laatst in Tierpark Berlin gezien en gefotografeerd op 17-03-2026.
Deze soort heb ik gezien in Tierpark Berlin