De bergwallaroe, wetenschappelijk bekend als Macropus robustus en ook wel de euro genoemd, vindt zijn oorsprong in de uitgestrekte en rotsachtige gebieden van het Australische continent. In tegenstelling tot veel andere kangoeroesoorten die de voorkeur geven aan open vlaktes, is dit dier een echte specialist in het overleven in ruig terrein, variërend van steile berghellingen en rotsachtige ontsluitingen tot droge struikgebieden. Ze zijn verspreid over vrijwel heel Australië, met uitzondering van de uiterste zuidelijke en zuidwestelijke hoeken. Door hun vermogen om vocht extreem efficiënt te recyclen, kunnen ze overleven in gebieden waar water schaars is en de temperaturen overdag extreem hoog oplopen.
Wat betreft de herkenbaarheid valt direct de gedrongen en krachtige bouw op. De bergwallaroe is korter en zwaarder gebouwd dan de slankere rode kangoeroe. De vacht is ruig en dik, waarbij de kleur sterk kan variëren per regio; van donkergrijs tot bijna zwart bij de mannetjes, terwijl de vrouwtjes vaak lichter, zandkleurig of grijs zijn. Een specifiek kenmerk is de kale, donkere neusspiegel, die hen een bijna beerachtig uiterlijk geeft. Hun achterpoten zijn korter en breder dan die van andere grote kangoeroes, met ruwe zolen die een uitzonderlijke grip bieden op gladde en steile rotswanden.
In vergelijking met andere soorten, zoals de oostelijke grijze kangoeroe, is de bergwallaroe veel meer gedrongen. Waar de grijze kangoeroe bekend staat om zijn snelheid op vlak terrein, is de wallaroe gebouwd op kracht en wendbaarheid tussen de rotsen. Het verschil met de echte wallaby's zit hem in de omvang; wallaroes zitten qua grootte precies tussen de grote kangoeroes en de kleinere wallaby's in. Een belangrijk onderscheid met de rode kangoeroe is de houding; wallaroes houden hun schouders vaak hoger en hun voorpoten naar voren gebogen, wat hen een karakteristiek silhouet geeft wanneer ze stilstaan.
De huidige status van de bergwallaroe is door de IUCN geclassificeerd als 'Niet Bedreigd' (Least Concern). Het is een algemeen voorkomende soort met een stabiele populatie over het grootste deel van zijn verspreidingsgebied. Hoewel ze lokaal soms last hebben van habitatverlies door mijnbouw of concurrentie met geïntroduceerd vee om schaarse waterbronnen, zijn ze uiterst veerkrachtig. In sommige delen van Australië worden ze zelfs als een plaag beschouwd wanneer hun aantallen te groot worden nabij landbouwgebieden. Dankzij hun verblijf in moeilijk toegankelijke, rotsachtige gebieden blijven ze echter grotendeels buiten schot van menselijke verstoring.
Deze soort heb ik het laatst in Tierpark Berlin gezien en gefotografeerd op 17-03-2026.
Deze soort heb ik gezien in Tierpark Berlin