De Chinese rotseekhoorn, wetenschappelijk bekend als Sciurotamias davidianus, vindt zijn oorsprong uitsluitend in de rotsachtige streken van Centraal- en Noord-China. In tegenstelling tot de meeste eekhoorns die we kennen als echte boombewoners, is deze soort een bewoner van de bodem en steile rotswanden. Ze zijn wijdverspreid in provincies zoals Hebei, Shanxi en Sichuan, waar ze de voorkeur geven aan struikgewas langs kliffen, rotsachtige heuvels en soms ook oude muren van tempels of dorpen. Het zijn actieve dagdieren die met verbazingwekkende behendigheid over verticale rotspartijen klauteren om voedsel te zoeken of te ontsnappen aan roofdieren.
Wat betreft de herkenbaarheid is de Chinese rotseekhoorn een middelgrote eekhoorn met een gedrongen bouw en een relatief korte, maar pluizige staart. De vacht heeft een karakteristieke olijfgrijze tot bruingrijze kleur, die op de buik overgaat in een lichter grijs of geelwit. Een zeer specifiek kenmerk is de opvallende lichte ring rond de ogen en een subtiele, lichte streep die van de snuit naar de oren loopt. In vergelijking met boomeekhoorns zijn hun klauwen korter en krachtiger, wat hen meer grip geeft op steen dan op schors. Ze hebben bovendien goed ontwikkelde wangzakken waarin ze grote hoeveelheden zaden en noten kunnen vervoeren naar hun ondergrondse voorraadkamers.
In vergelijking met andere soorten, zoals de nauwverwante Forrests rotseekhoorn (Sciurotamias forresti), is de Sciurotamias davidianus iets groter en mist hij de duidelijke donkere flankstrepen die bij zijn verwant soms zichtbaar zijn. Het verschil met de bekende Siberische grondeekhoorn (boerendoek) is direct duidelijk: de Chinese rotseekhoorn heeft geen strepen over de rug. Hoewel ze qua gedrag doen denken aan marmotten of pika's, verraadt hun lange, behaarde staart direct hun eekhoorn-afkomst. In bouw lijken ze ook wel op de rotschipmunks uit Noord-Amerika, maar ze zijn forser en missen de typische gezichtsstrepen van de chipmunk-familie.
De huidige status van de Chinese rotseekhoorn wordt door de IUCN geclassificeerd als 'Niet Bedreigd' (Least Concern). Het is een algemeen voorkomende soort binnen zijn verspreidingsgebied en de populaties lijken stabiel. Omdat ze zich goed kunnen aanpassen aan door de mens veranderde landschappen, zoals landbouwterrassen en rotstuinen, hebben ze minder te lijden onder habitatverlies dan strikte bosbewoners. Wel kunnen lokale populaties onder druk staan door overmatig gebruik van pesticiden in de landbouw, aangezien zij veel zaden en granen van de grond eten. In China zelf worden ze gewaardeerd als een karakteristiek onderdeel van de fauna in de bergachtige provincies.
Deze soort heb ik het laatst in Tierpark Berlin gezien en gefotografeerd op 17-03-2026.
Deze soort heb ik gezien in Tierpark Berlin