De Cubaanse boa, wetenschappelijk bekend als Tropidophis melanurus, is een niet-giftige wurgslang die van oorsprong voorkomt op Cuba en een paar omliggende eilanden in het Caribisch gebied. Deze boa bewoont voornamelijk droge, rotsachtige gebieden, bossen en struikgewas.
Het is een relatief kleine slang in vergelijking met andere boa's, met een lengte die zelden langer is dan 90 centimeter. De Cubaanse boa is te herkennen aan zijn slanke lichaam en de donkere vlekken die over de rug lopen. De kleur van de slang is overwegend lichtbruin tot grijs, met een donkere streep die over het oog loopt. Wat hem uniek maakt, is het vermogen om de huid van kleur te veranderen. De slang kan de kleur van zijn huid donkerder maken wanneer hij zich bedreigd voelt of om zich aan te passen aan de omgeving. Dit wordt ook wel metachrose genoemd. Een ander opvallend kenmerk is de korte, stompe staart. De Cubaanse boa is nachtactief en voedt zich voornamelijk met kikkers, hagedissen en kleine knaagdieren.
Deze boa wordt soms verward met andere slangen in het Caribisch gebied, met name de Cubaanse grondboa (Epicrates angulifer). Het grootste verschil is de grootte. De Cubaanse grondboa is een veel grotere slang en kan een lengte van meer dan 4 meter bereiken, terwijl de Cubaanse boa veel kleiner is. De Cubaanse boa heeft bovendien een stompe staart en een kenmerkende donkere streep over het oog die de grondboa mist. Wat de huidige status betreft, wordt de Cubaanse boa geclassificeerd als "Niet bedreigd" (Least Concern) door de IUCN. De soort heeft een relatief groot verspreidingsgebied op Cuba en heeft zich kunnen aanpassen aan diverse habitats. Hoewel er lokaal sprake is van habitatverlies, is de algehele populatie stabiel.
Deze soort heb ik het laatst in Ouwehands gezien en gefotografeerd op 30-09-2025.
Deze soort heb ik gezien in Ouwehands