Groene wevermier

Oecophylla smaragdina

Foto van Groene wevermier (Oecophylla smaragdina) in Tierpark Berlin
foto gemaakt in Tierpark Berlin 17-03-2026

De groene wevermier, wetenschappelijk bekend als Oecophylla smaragdina, vindt zijn oorsprong in de tropische gebieden van Azië en Australië. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van India en Zuidoost-Azië tot aan de noordelijke delen van Australië, waar ze ook wel 'green tree ants' worden genoemd. In tegenstelling tot veel andere mierensoorten die nesten in de grond graven, is dit een strikte boombewoner. Ze leven in de kronen van bomen in regenwouden, mangroven en zelfs in stedelijke tuinen. De soort staat bekend om zijn complexe sociale structuur en agressieve territoriale gedrag, waarbij ze grote gebieden in het bladerdak domineren.

Wat betreft de herkenbaarheid is de groene wevermier een slanke en relatief grote mier. De werksters hebben een lengte van ongeveer 5 tot 10 millimeter, terwijl de koningin aanzienlijk groter is. Het meest opvallende kenmerk is de kleur van het achterlijf (abdomen), dat bij de Aziatische varianten vaak groen of geelgroen is, terwijl de rest van het lichaam meer oranjebruin kleurt. Een zeer specifiek kenmerk is hun unieke nestbouwtechniek: ze 'weven' bladeren aan elkaar met behulp van zijde die wordt geproduceerd door hun eigen larven. De werksters houden de larven met hun kaken vast en gebruiken ze als een soort lijmpistool om de randen van de bladeren aan elkaar te bevestigen, wat resulteert in sterke, waterdichte nesten ter grootte van een voetbal.

In vergelijking met de Afrikaanse wevermier (Oecophylla longinoda) is de Oecophylla smaragdina vaak lichter van kleur, waarbij de groene tinten op het achterlijf prominenter aanwezig zijn. Het verschil met gewone tuimieren of bosmieren is direct duidelijk door hun verblijfplaats en hun enorme snelheid. Waar veel mieren bij gevaar wegvluchten, vallen wevermieren collectief aan; ze bijten zich vast en spuiten mierenzuur in de wond, wat een branderig gevoel geeft. Vergeleken met andere arboreale mierensoorten zijn wevermieren veel dominanter en kunnen ze een enkele boom volledig opeisen als hun territorium.

De huidige status van de groene wevermier wordt door de IUCN niet formeel geclassificeerd op de Rode Lijst, maar de soort wordt algemeen beschouwd als 'Niet Bedreigd' (Least Concern). Ze komen in grote aantallen voor en zijn zeer succesvol in verschillende habitats. In sommige culturen, zoals in Thailand en bij de Aboriginals in Australië, worden de mieren en hun larven zelfs beschouwd als een delicatesse of gebruikt voor medicinale doeleinden. Omdat ze effectieve jagers zijn op schadelijke insecten, worden ze in de landbouw vaak ingezet als natuurlijke ongediertebestrijders in citrus- en mango-plantages

Deze soort heb ik het laatst in Tierpark Berlin gezien en gefotografeerd op 17-03-2026.

Deze soort heb ik gezien in Tierpark Berlin