Hertzwijn

Babyrousa celebensis

Foto van Hertzwijn (Babyrousa celebensis) in Tierpark Berlin
foto gemaakt in Tierpark Berlin 17-03-2026

Het hertzwijn, specifiek de Noord-Celebes-babiroesa (Babyrousa celebensis), is een van de meest bizarre en raadselachtige hoefdieren ter wereld. De oorsprong van deze soort ligt uitsluitend op het Indonesische eiland Sulawesi (voorheen Celebes) en enkele nabijgelegen kleinere eilanden. In tegenstelling tot de meeste wilde zwijnen die in open velden wroeten, is het hertzwijn een echte bewoner van het tropisch regenwoud. Ze houden zich bij voorkeur op in de buurt van rivieren en meren, waar ze niet alleen drinken maar ook regelmatig het water in gaan om te zwemmen.

Wat betreft de herkenbaarheid is het hertzwijn volstrekt uniek. Het meest opvallende kenmerk bij de mannetjes zijn de indrukwekkende slagtanden. De bovenste hoektanden groeien niet zijwaarts uit de bek, maar dringen door de huid van de snuit heen en buigen in een boog terug richting de ogen. De onderste slagtanden groeien eveneens omhoog langs de snuit. De huid van het dier is nagenoeg kaal en heeft een grijsachtige, rimpelige textuur, wat hen een bijna prehistorisch uiterlijk geeft. Ze hebben relatief lange, slanke poten die meer doen denken aan die van een hert dan aan die van een typisch varken, vandaar de naam 'hertzwijn'.

In vergelijking met andere zwijnensoorten, zoals het algemeen bekende wild zwijn, heeft de babiroesa een veel minder ontwikkelde wroetschijf. Waar andere varkens hun snuit gebruiken om diep in de grond naar wortels te zoeken, eten hertzwijnen voornamelijk fruit, bladeren en noten die op de bosbodem liggen. Het verschil met andere ondersoorten binnen het geslacht Babyrousa, zoals de Molukse babiroesa, zit vooral in de beharing; de Noord-Celebes-variant is de meest 'naakte' van de groep. Ook zijn ze minder agressief in hun sociale interacties dan veel andere wilde varkens, hoewel de mannetjes hun slagtanden soms gebruiken bij rituele gevechten.

De huidige status van het hertzwijn is zorgwekkend. De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN geclassificeerd als 'Kwetsbaar' (Vulnerable). De populatie is de afgelopen decennia sterk afgenomen, voornamelijk door de vernietiging van hun leefgebied voor landbouw en houtkap. Daarnaast vormen lokale jachtpraktijken een constante bedreiging, ondanks het feit dat de soort in Indonesië wettelijk beschermd is. Omdat ze zich traag voortplanten — een zeug krijgt meestal slechts één of twee biggen per worp — herstellen populaties zich maar heel langzaam van verliezen.

Deze soort heb ik het laatst in Tierpark Berlin gezien en gefotografeerd op 17-03-2026.

Deze soort is ook bekend onder de naam(en) Noordelijke babiroesa | Gewone babiroesa

Deze soort heb ik gezien in Tierpark Berlin