De kleine mara, wetenschappelijk bekend als Dolichotis salinicola, is een fascinerend knaagdier dat zijn oorsprong vindt in de droge streken van Zuid-Amerika. Het natuurlijke verspreidingsgebied beslaat voornamelijk de Gran Chaco-regio, een uitgestrekt gebied dat delen van Argentinië, Paraguay en Bolivia omvat. In tegenstelling tot veel andere knaagdieren die de voorkeur geven aan vochtige bossen, gedijt de kleine mara uitstekend in dorre doornstruwelen en droge graslanden. Ze zijn perfect aangepast aan het leven in open vlaktes waar ze met hun scherpe zintuigen roofdieren al van grote afstand kunnen opmerken.
Wat betreft de herkenbaarheid is de kleine mara een unieke verschijning die het midden houdt tussen een haas en een kleine antilope. Ze hebben lange, slanke poten die gebouwd zijn om snel te rennen en te springen. De vacht is overwegend grijsbruin van kleur, wat hen een uitstekende camouflage biedt tegen de stoffige bodem van de Chaco. Een opvallend kenmerk is de witte ring rond de ogen en de lichte vlekken op de keel en buik. In vergelijking met hun grotere verwant, de Patagonische mara, ontbreekt bij de kleine mara de duidelijke witte vlek op het achterwerk, wat een belangrijk determinatiekenmerk is. Ze bereiken een lengte van ongeveer 45 centimeter, wat hen aanzienlijk compacter maakt.
In vergelijking met andere soorten binnen de familie van de cavia-achtigen, zoals de bekende huiscavia of de capibara, is de kleine mara veel ranker gebouwd. Waar de gewone mara (Dolichotis patagonum) bijna de grootte van een kleine ree kan aannemen, blijft de Dolichotis salinicola klein en fijngebouwd. Het verschil met echte hazen, waar ze uiterlijk sterk op lijken, zit hem in de kortere oren en de specifieke manier van voortbewegen; mara's lopen vaker op alle vier de poten in plaats van uitsluitend te huppelen. Ook hun sociale structuur, waarbij ze vaak in paren of kleine groepen leven, wijkt af van die van veel solitaire haasachtigen.
De huidige status van de kleine mara wordt door de IUCN momenteel geclassificeerd als 'Niet Bedreigd' (Least Concern). Hoewel de populatie over het algemeen stabiel lijkt, is er lokaal sprake van achteruitgang door de omzetting van natuurlijke droogbossen naar landbouwgrond en veeweiden. In sommige gebieden ondervinden ze ook concurrentie van geïntroduceerde soorten en hebben ze te lijden onder overbegrazing door vee, waardoor hun natuurlijke schuilplaatsen verdwijnen. Omdat ze minder bekend zijn dan de Patagonische mara, staan ze minder vaak in de schijnwerpers van natuurbeschermingsprojecten, maar hun rol als zaadverspreider in het Chaco-ecosysteem blijft van groot ecologisch belang.
Deze soort heb ik het laatst in Tierpark Berlin gezien en gefotografeerd op 17-03-2026.
Deze soort heb ik gezien in Tierpark Berlin