De Manoel, wetenschappelijk bekend als Otocolobus manul en ook wel de pallaskat genoemd, is een unieke kleine katachtige met een fascinerend herkomstgebied. Deze soort is inheems in de gletsjerlandschappen, steppen en bergachtige woestijnen van Centraal-Azië. Hun verspreidingsgebied strekt zich uit van Iran en Kazachstan via Mongolië tot in West-China en de Tibetaanse hoogvlakte. Ze geven de voorkeur aan gure, droge gebieden met rotsachtige hellingen en ravijnen op hoogtes tot wel 5000 meter. De Manoel is een solitaire en territoriale jager die perfect is aangepast aan het leven in barre kou. Hun dieet bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren zoals pika's (fluithazen), woelmuizen en marmotten, aangevuld met vogels die ze vanuit een hinderlaag besluipen tussen de rotsen.
Wat de herkenbaarheid betreft, is de Manoel een van de meest karakteristieke verschijningen binnen de kattenfamilie. De visuele indruk die de kat achterlaat is die van een stevige, ietwat gezette pluisbal, hoewel het dier met een gewicht van 2 tot 4,5 kilo niet groter is dan een gemiddelde huiskat. Deze robuuste indruk wordt veroorzaakt door de extreem dikke, lange vacht, die de dichtste beharing heeft van alle katachtigen om hen te beschermen tegen de ijzige wind. De vacht is zilvergrijs tot okerkleurig met subtiele, donkere dwarsstrepen op de flanken. Het meest opvallende kenmerk is de kop: deze is breed en afgeplat, met laagstaande, ronde oren die ver uit elkaar staan. Dit stelt de kat in staat om over een rotsrand te kijken zonder direct gezien te worden. De pupillen zijn uniek omdat ze, in tegenstelling tot de meeste kleine katten, samentrekken tot kleine cirkels in plaats van verticale spleten. De dikke staart is voorzien van zwarte ringen en een zwarte punt.
Als we kijken naar vergelijkbare soorten, wordt de Manoel vanwege zijn dichte vacht en leefgebied soms geassocieerd met de wilde kat (Felis silvestris) of de zandkat (Felis margarita). Het verschil is echter direct zichtbaar. De zandkat is veel slanker gebouwd, mist de extreem dikke vacht en heeft juist erg grote, puntige oren om warmte af te voeren in de hete woestijn. De wilde kat mist de typische afgeplatte kop en de laagstaande oren van de Manoel. Genetisch gezien neemt de Manoel een unieke, geïsoleerde positie in binnen de evolutionaire stamboom van de katachtigen; er zijn geen direct nauw verwante soorten die sterk op hem lijken.
De huidige status van de Manoel wordt door de IUCN geclassificeerd als 'Niet Bedreigd' (Least Concern). Hoewel de populatie over het algemene verspreidingsgebied stabiel lijkt, worden ze lokaal wel geconfronteerd met serieuze bedreigingen. De belangrijkste factoren zijn de achteruitgang van hun leefgebied door overbegrazing door vee en de grootschalige vergiftiging van pika's en knaagdieren, die als ongedierte worden gezien maar de primaire voedselbron van de kat vormen. Ook illegale jacht voor hun prachtige bont en incidentele sterfte door herdershonden vormen een risico. Gelukkig zijn er in verschillende Aziatische landen strikte beschermingszones ingesteld om deze charismatische overlever van de Aziatische hoogvlakten te beschermen.
Deze soort heb ik het laatst in Blijdorp gezien en gefotografeerd op 19-05-2026.
Deze soort is ook bekend onder de naam(en) Pallaskat
Deze soort heb ik gezien in Blijdorp