De zwartbandbaardvogel, wetenschappelijk bekend als Pogonornis dubius, vindt zijn oorsprong in de droge savannes en open bosgebieden van West-Afrika. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Senegal en Gambia tot aan het noorden van de Centraal-Afrikaanse Republiek. In tegenstelling tot veel regenwoudbewoners geeft deze soort de voorkeur aan habitats met verspreide bomen, zoals acaciabossen en tuinen met vruchtdragende bomen. Het zijn standvogels die meestal in paren of kleine familiegroepen leven. Ze voeden zich voornamelijk met vruchten, zoals vijgen, maar jagen ook op insecten, vooral tijdens het broedseizoen wanneer de jongen behoefte hebben aan proteïnerijk voedsel.
Wat betreft de herkenbaarheid is de zwartnekarassari een forse en gedrongen vogel van ongeveer 26 centimeter met een zeer contrastrijk verenkleed. De basiskleur van de bovenzijde, inclusief de kop, rug en vleugels, is diepzwart met een blauwachtige glans. Het meest opvallende kenmerk is de onderzijde: de borst en buik zijn vurig rood, wat scherp wordt onderbroken door een brede, gitzwarte band over de borst. Een zeer specifiek kenmerk is de enorme, dikke snavel die geelachtig tot hoornkleurig is en aan de basis is voorzien van opvallende, borstelige veren (de 'baard'). De naakte huid rondom de ogen is heldergeel, wat de vogel een strenge maar indrukwekkende uitdrukking geeft.
In vergelijking met de tandenbaardvogel (Lybius bidentatus) is de zwartbandbaardvogel direct te onderscheiden door de volledig rode buik onder de zwarte borstband; bij de tandenbaardvogel is de rode kleur beperkter en ontbreekt de massieve gele snavel. Het verschil met de Afrikaanse reuzenbaardvogel is eveneens duidelijk door de bouw en de kleur; de zwartbandbaardvogel is compacter en heeft veel fellere kleurcontrasten. Waar veel spechtachtigen hun nesten diep in boomstammen uithakken, maakt deze baardvogel vaak gebruik van bestaande holtes in dode bomen of termietennesten, die ze met hun krachtige snavel verder aanpassen. Vergeleken met Europese baardmannetjes, die tot een heel andere familie behoren, zijn deze Afrikaanse vogels veel groter en krachtiger gebouwd.
De huidige status van de zwartbandbaardvogel wordt door de IUCN geclassificeerd als 'Niet Bedreigd' (Least Concern). De soort is in een groot deel van West-Afrika nog algemeen en lijkt zich goed aan te kunnen passen aan gebieden waar menselijke landbouw aanwezig is, mits er voldoende bomen overblijven voor nestgelegenheid en voedsel. Hoewel habitatverlies door verwoestijning en overmatige houtkap in de Sahel-regio een punt van aandacht blijft, vertoont de populatie momenteel geen zorgwekkende afname. In vogelcollecties vallen ze op door hun robuuste verschijning en hun vermogen om met hun zware snavel zelfs de hardste vruchten en grootste insecten te overmeesteren.
Deze soort heb ik het laatst in Zoo Berlin gezien en gefotografeerd op 19-03-2026.
Deze soort heb ik gezien in Zoo Berlin